WELKOM BIJ PAULA'S CHOICE EUROPE!

nl learncateg 1-680x70
Feit of Fictie > Avobenzone: stabiel of niet?

Avobenzone: stabiel of niet?

Share

AfdrukkenE-mailadres


weegschaalEr is voldoende onderzoek beschikbaar dat de noodzaak aantoont van het beschermen van je huid tegen UVA-zonnestralen1.  

De enige drie ingrediënten die door de FDA, de Amerikaanse toezichthouder op voedings- en geneesmiddelen, zijn goedgekeurd als middelen die de huid tegen UVA- straling kunnen beschermen, zijn:

 

 

  • avobenzone (Avobenzone staat soms op de verpakking vermeld als butyl methoxydibenzoylmethane, Tinosorb of Mexoryl SX)
  • titaniumdioxide
  • zinkoxide.

 

Het is essentieel dat één van deze bestanddelen op de lijst van werkzame stoffen van een zonnebeschermend product voorkomt2.

Ondanks het feit dat onderzoek laat zien dat een product met zonnefilter de huid niet kan beschermen tegen de zon zonder één van deze bestanddelen, zetten sommige mensen toch vraagtekens bij de bestendigheid van avobenzone. Deze onzekerheid komt voort uit onderzoek van Robert Sayre, een natuurkundige en fotobioloog aan de universiteit van Memphis, waarin hij aanvoerde dat avobenzone al binnen 30 minuten afgebroken kan zijn als het is blootgesteld aan de zon.

Sayres onderzoek veroorzaakte veel ophef in de cosmetische industrie. Als Sayre gelijk zou hebben gehad, waren veel zonneproducten onbruikbaar geworden. Het bleek echter dat Sayre alleen onderzoek had gedaan in een petrischaaltje en niet op de menselijke huid. Bovendien had hij veel minder gebruikt dan de door de FDA voorgeschreven hoeveelheid voor het testen van zonnefilters. Nadien zijn er nergens in de cosmetische of medische wereld andere onderzoekers geweest die de beweringen van Sayre onderschrijven.

Het is belangrijk te weten dat avobenzone niet een of ander onbeproefd middel tegen zonnebrand is. Het wordt al sinds 1981 gebruikt en is één van de meest toegepaste bestanddelen van zonnebeschermende producten ter wereld. Het middel staat bovenaan de lijst bij gebruik in zonnebeschermende producten in Canada, Australië en Europa.

Het gebruik van avobenzone als middel tegen zonnebrand in de Verenigde Staten werd pas na zeven jaar onderzoek door de FDA toegestaan. De FDA stelt de hoogste eisen aan de veiligheid en werking van een nieuw product voordat het wordt erkend als nieuw geneesmiddel. Avobenzone kwam goed uit die strenge FDA- toetsing tevoorschijn en is daarom goedgekeurd3.

Ook niet onbelangrijk is dat in 1996 in het januarinummer van het Journal of Chromatography BioMedical Applications aandacht werd besteed aan een studie over de verminderde werking van zonnefilters na blootstelling aan zonlicht. De conclusie wat betreft avobenzone was: “Na 72 uur in de zon was de Parsol 1789 (avobenzone) in het proefmonster verminderd met maximaal 25% van de oorspronkelijke concentratie.” Die vermindering van 25% trad pas na 72 uur op en komt nog niet in de buurt van de vermindering van 50% na slechts 30 minuten volgens Sayre.

Dus het ondubbelzinnige antwoord op de vraag of avobenzone een stabiel ingrediënt voor zonnebeschermende producten is, is een volmondig ja. Het is absoluut stabiel en er is omvangrijk onderzoek beschikbaar dat dit onderschrijft4.

Er is daarom geen enkele reden om een product met avobenzone te mijden als je een effectief zonnebeschermend product met een breedspectrum zonnefilter wilt aanschaffen. In geval van allergie wordt aangeraden een zonnebeschermend product met titaniumdioxide en/of zinkoxide te gebruiken.

1 Bronnen: Photochemistry and Photobiology Science, augustus 2004, pp. 736-740 en Cutis, september 2003, pp. 11-15

2 Bronnen: Journal of the American Academy of Dermatology, december 2000, pp. 1024-1035; Photodermatology, Photoimmunology, and Photomedicine, december 2000, pp. 250-255; British Journal of Dermatology, augustus 1999, pp. 250-258
3 Bron: www.fda.gov, Federal Register 1999: 64: 27666-27963
4 Bronnen: Journal of Investigative Dermatology, oktober 2003, pp. 869-875; Journal of Cosmetic Science, november/december 2003, pp. 589-598; Photodermatology, Photoimmunology, and Photomedicine, augustus 2003, pp. 190-194 en augustus 2000, pp. 147-155; Photochemistry and Photobiology, februari 2002, pp. 122-125; Internet Photochemistry and Photobiology, www.photobiology.com/photobiology99/contrib/finlay/; en The Journal of Investigative Dermatology, augustus 2001, pp. 256-267